Contact

NBBU cao

https://www.nbbu.nl/.../nbbu-cao-voor-uitzendkrachten-2014-2019

Taxi cao

http://www.sociaalfondstaxi.nl/cao/cao-2014-2015

Algemene voorwaarden

Hoofdstuk 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Definities

In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder:

1. Uitzendonderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening

van beroep of bedrijf aan een inlener uitzendkrachten ter beschikking stelt voor het

verrichten van werkzaamheden ten behoeve van deze inlener.

2. Uitzendkracht: iedere natuurlijke persoon die door tussenkomst van een uitzendonderneming

werkzaamheden verricht of gaat verrichten ten behoeve van een inlener.

3. Inlener: iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich door tussenkomst van een uitzendonderneming

voorziet van uitzendkrachten.

4. Inleenovereenkomst: de overeenkomst tussen een uitzendonderneming en een inlener op

basis waarvan een uitzendkracht ten behoeve van die inlener door tussenkomst van die

uitzendonderneming werkzaamheden zal verrichten.

5. Inlenerstarief: het bedrag per uur dat de inlener aan de uitzendonderneming verschuldigd is

voor de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht.

6. Uitzendovereenkomst: de arbeidsovereenkomst waarbij de uitzendkracht door de uitzendonderneming

ter beschikking wordt gesteld aan een inlener om krachtens een door deze met

de uitzendonderneming gesloten inleenovereenkomst arbeid te verrichten onder toezicht en

leiding van die inlener.

7. Arbeidsbemiddelingsonderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die ten behoeve van

een werkgever, een werkzoekende, dan wel beiden, behulpzaam is bij het zoeken van

arbeidskrachten onderscheidenlijk arbeidsgelegenheid, waarbij de totstandkoming van een

arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel een aanstelling tot ambtenaar wordt

beoogd.

8. Opdrachtgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van de diensten van

een arbeidsbemiddelingsonderneming.

9. Arbeidsbemiddelingsovereenkomst: de overeenkomst tussen een arbeidsbemiddelingsonderneming

en een opdrachtgever en/of een werkzoekende tot het verrichten van de onder 7

genoemde diensten.

10. Payrollonderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening

van beroep of bedrijf aan een inlener werknemers ter beschikking stelt voor het verrichten

van werkzaamheden ten behoeve van deze inlener. De werving van de werknemer komt tot

stand door de inlener, niet door de payrollonderneming.

11. Payrollovereenkomst: de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de payrollonderneming

(werkgever) ter beschikking wordt gesteld aan een inlener om krachtens een door

deze met de payrollonderneming gesloten inleenovereenkomst arbeid te verrichten onder

toezicht en leiding van die inlener. De payrollovereenkomst komt tot stand na werving van de

werknemer door de inlener, niet door de payrollonderneming.

12. Payrollen: het door een werkgever ter beschikking stellen van een werknemer aan een

inlener krachtens een payrollovereenkomst als bedoeld onder 11.

13. NBBU-cao: de cao voor uitzendkrachten die geldt voor uitzendondernemingen die als lid zijn

aangesloten bij de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU).

14. Waar in deze algemene voorwaarden gesproken wordt over uitzendkrachten, wordt bedoeld:

mannelijke en vrouwelijke uitzendkrachten en waar gesproken wordt over hem en/of hij,

wordt bedoeld: hem/haar of hij/zij.

Artikel 2

Toepasselijkheid van deze voorwaarden

1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere aanbieding van de uitzendonderneming

aan, en op iedere inleenovereenkomst tussen de uitzendonderneming en een inlener waarop

de uitzendonderneming deze voorwaarden van toepassing heeft verklaard, alsmede op de

daaruit voortvloeiende leveringen en diensten van welke aard dan ook tussen de uitzendonderneming

en een inlener, voor zover van deze voorwaarden niet door partijen nadrukkelijk

schriftelijk is afgeweken.

2. De inlener met wie eenmaal op deze voorwaarden werd gecontracteerd, wordt geacht

stilzwijgend met de toepasselijkheid daarvan op een later met de uitzendonderneming

gesloten inleenovereenkomst in te stemmen.

3. Alle aanbiedingen, ongeacht de wijze waarop deze zijn gedaan, zijn vrijblijvend.

4. De uitzendonderneming is niet gebonden aan algemene voorwaarden van de inlener voor

zover die afwijken van deze voorwaarden.

5. Als enige bepaling uit deze voorwaarden nietig is of wordt vernietigd, zullen de overige

bepalingen van deze voorwaarden volledig van kracht blijven en zullen partijen in overleg

treden teneinde nieuwe bepalingen ter vervanging van de nietige of vernietigde bepalingen

overeen te komen, waarbij zoveel mogelijk het doel en de strekking van de nietige of

vernietigde bepaling in acht zal worden genomen.

Artikel 3

Wijze van facturering

1. De facturen van de uitzendonderneming zijn, tenzij anders afgesproken, mede gebaseerd op

de ingevulde en door de inlener voor akkoord bevonden tijdverantwoording.

2. De inlener is verantwoordelijk voor de juiste, tijdige en volledige invulling en accordering van

de tijdverantwoording. De accordering vindt plaats via (digitale) ondertekening van de

tijdverantwoording tenzij anders overeengekomen.

3. Bij verschil tussen de bij de uitzendonderneming ingeleverde tijdverantwoording en de door

de inlener behouden gegevens daarvan geldt de bij de uitzendonderneming ingeleverde

tijdverantwoording als juist, tenzij de inlener het tegendeel aantoont.

4. Als de uitzendkracht de gegevens van de tijdverantwoording betwist, kan de uitzendonderneming

het aantal gewerkte uren en overige kosten factureren volgens de opgave van de

uitzendkracht, tenzij de inlener aantoont dat de tijdverantwoording correct is.

5. Als de inlener niet aan het gestelde in lid 2 van dit artikel voldoet, kan de uitzendonderneming

besluiten om de inlener te factureren op basis van de bij haar bekende feiten en

omstandigheden. De uitzendonderneming gaat hiertoe niet over zolang er geen redelijk

overleg daaromtrent met de inlener heeft plaatsgevonden.

6. De inlener draagt er zorg voor dat de facturen van de uitzendonderneming zonder enige

inhouding, korting of verrekening binnen 14 dagen na factuurdatum zijn betaald.

7. Tariefwijzigingen tengevolge van cao-verplichtingen en wijzigingen in of tengevolge van

wet- en regelgeving zoals fiscale en sociale wet- en regelgeving, worden met ingang van het

tijdstip van die wijzigingen aan de inlener doorberekend en zijn dienovereenkomstig door de

inlener verschuldigd, ook als deze wijzigingen zich voordoen tijdens de duur van een

inleenovereenkomst.

8. Uitsluitend indien de uitzendonderneming beschikt over een G-rekening of er een vrijwaringsrekening

bestaat ten behoeve van zijn depot, kan de inlener de uitzendonderneming

verzoeken om in overleg treden over de mogelijkheid dat de inlener een percentage van het

gefactureerde bedrag op de betreffende rekening stort, alsmede over de hoogte van het

percentage. Alleen bij bereikte overeenstemming kan van voornoemde mogelijkheid gebruik

worden gemaakt

Artikel 4

Betalingsvoorwaarden

1. Uitsluitend rechtstreekse betalingen aan de uitzendonderneming werken voor de inlener

bevrijdend.

2. Rechtstreekse betaling, dan wel verstrekking van voorschotten door de inlener aan de

uitzendkracht zijn niet toegestaan, ongeacht de reden waarom of de wijze waarop zulks

geschiedt. Dergelijke betalingen en verstrekkingen regarderen de uitzendonderneming niet

en leveren geen grond op voor enige schuldaflossing of verrekening.

3. Als de inlener een factuur betwist, zal dit binnen acht dagen na verzenddatum van de

betreffende factuur schriftelijk door de inlener aan de uitzendonderneming kenbaar worden

gemaakt, op straffe van verval van het recht op betwisting. Een betwisting van de factuur

schort de betalingsverplichting van de inlener niet op.

4. Bij niet, niet tijdige of niet volledige betaling door de inlener van enig door hem verschuldigd

bedrag, is hij met ingang van de vervaldatum van de betreffende factuur van rechtswege in

verzuim. Vanaf dat moment is de inlener tevens een vertragingsrente van 1% per maand,

een gedeelte van een maand voor een hele maand rekenende, over het bruto factuurbedrag

aan de uitzendonderneming verschuldigd.

5. Alle kosten, zowel in als buiten rechte, de kosten van rechtskundige bijstand daaronder

begrepen, die de uitzendonderneming moet maken ten gevolge van het niet nakomen van

de betalingsverplichtingen door de inlener, zijn voor rekening van de inlener. De buitengerechtelijke

incassokosten van de uitzendonderneming, te berekenen over het te incasseren

bedrag, worden met een minimum van € 500,00 vastgesteld op ten minste 15% van de

hoofdsom.

Artikel 5

Ontbinding

1. Als een partij in gebreke blijft aan zijn verplichtingen uit de inleenovereenkomst te voldoen,

is de andere partij -naast hetgeen in de inleenovereenkomst is bepaald- gerechtigd de

inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven buitengerechtelijk te

ontbinden. De ontbinding zal pas plaatsvinden nadat de in gebreke gestelde partij schriftelijk

op de hoogte is gesteld van de ingebrekestelling en hem een redelijke termijn is geboden

om de ernstige tekortkoming te zuiveren.

2. Voorts is de ene partij gerechtigd, zonder dat enige aanmaning of ingebrekestelling zal zijn

vereist, buiten rechte de inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven

met onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk te ontbinden als:

a. de andere partij (voorlopige) surséance van betaling aanvraagt of hem (voorlopige)

surséance van betaling wordt verleend;

b. de andere partij zijn eigen faillissement aanvraagt of in staat van faillissement wordt

verklaard;

c. de onderneming van de andere partij wordt geliquideerd;

d. de andere partij zijn huidige onderneming staakt;

e. buiten toedoen van de ene partij op een aanmerkelijk deel van het vermogen van de

andere partij beslag wordt gelegd, dan wel indien de andere partij anderszins niet langer

in staat moet worden geacht de verplichtingen uit de inleenovereenkomst na te kunnen

komen.

3. Als de inlener op het moment van de ontbinding reeds prestaties ter uitvoering van de

inleenovereenkomst had ontvangen, kan hij de inleenovereenkomst slechts gedeeltelijk

ontbinden en wel uitsluitend voor dat gedeelte, dat door of namens de uitzendonderneming

nog niet is uitgevoerd.

4. Bedragen die de uitzendonderneming vóór de ontbinding aan de inlener heeft gefactureerd

in verband met hetgeen zij reeds ter uitvoering van de inleenovereenkomst heeft gepresteerd,

blijven onverminderd door inlener aan haar verschuldigd en worden op het moment

van de ontbinding direct opeisbaar.

5. Als de inlener, na ter zake in gebreke te zijn gesteld, enige verplichting voortvloeiende uit de

inleenovereenkomst niet, niet volledig of niet tijdig nakomt, is de uitzendonderneming

gerechtigd haar verplichtingen jegens de inlener op te schorten zonder daardoor tot enige

schadevergoeding jegens de inlener gehouden te zijn, dan wel zal de inlener de uitzendonderneming

financiële zekerheid verschaffen door middel van een voorschot of (bank)

garantie. De omvang van het voorschot of de (bank)garantie staat in verhouding tot de

verplichtingen van de inlener volgens de inleenovereenkomst. Voorgaande geldt ook in de

onder lid 2 van dit artikel bedoelde omstandigheden.

6. Als, naar het oordeel van de uitzendonderneming, er gerede twijfels bestaan omtrent de

financiële positie van de inlener, zal de inlener de uitzendonderneming op diens verzoek de

financiële zekerheid verschaffen als in lid 5 genoemd.

Artikel 6

Aansprakelijkheid

1. Behoudens bepalingen van dwingend recht, alsmede met inachtneming van de algemene

normen van redelijkheid en billijkheid, is de uitzendonderneming niet gehouden tot enige

vergoeding van schade van welke aard dan ook, direct of indirect, ontstaan aan de

uitzendkracht of aan zaken dan wel personen bij of van de inlener of een derde, welke

schade is ontstaan als een gevolg van:

a. de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht door de uitzendonderneming aan de

inlener, ook wanneer mocht blijken dat die uitzendkracht niet blijkt te voldoen aan de

door de inlener aan hem gestelde vereisten;

b. eenzijdige opzegging van de uitzendovereenkomst door de uitzendkracht;

c. toedoen of nalaten van de uitzendkracht, de inlener zelf of een derde, waaronder

begrepen het aangaan van verbintenissen door de uitzendkracht.

2. Eventuele aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor enige directe schade is in

ieder geval, per gebeurtenis, beperkt tot 50% van het betreffende gefactureerde dan wel te

factureren bedrag. Voor indirecte schade, waaronder gevolgschade, is de uitzendonderneming

nimmer aansprakelijk.

3. De inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaaldekkende aansprakelijkheidsverzekering

voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in lid 1 van dit artikel.

4. In ieder geval dient de inlener de uitzendonderneming te vrijwaren tegen eventuele

vorderingen van de uitzendkracht of derden, tot vergoeding van schade als bedoeld in lid 1

van dit artikel geleden door die uitzendkracht of derden.

5. De in leden 1 en 2 van dit artikel opgenomen beperkingen van aansprakelijkheid komen te

vervallen, als er sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van de uitzendonderneming

en/of diens leidinggevend personeel.

6. De uitzendonderneming heeft te allen tijde het recht, indien en voor zover mogelijk,

eventuele schade van de inlener ongedaan te maken. Hiertoe wordt tevens gerekend het

recht van de uitzendonderneming maatregelen te treffen die eventuele schade kan

voorkomen dan wel beperken.

Artikel 7

Overmacht

1. In geval van overmacht van de uitzendonderneming zullen haar verplichtingen uit hoofde van

de inleenovereenkomst worden opgeschort, zolang de overmachttoestand voortduurt. Onder

overmacht wordt verstaan elke van de wil van de uitzendonderneming onafhankelijke

omstandigheid, die de nakoming van de inleenovereenkomst blijvend of tijdelijk verhindert

en welke noch krachtens wet, noch naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid voor haar

risico behoort te komen.

2. Zodra zich bij de uitzendonderneming een overmachttoestand voordoet als in lid 1 van dit

artikel bedoeld, zal zij daarvan mededeling doen aan de inlener.

3. Voor zover daaronder niet reeds begrepen, wordt onder overmacht tevens verstaan:

werkstaking, bedrijfsbezetting, blokkades, embargo, overheidsmaatregelen, oorlog, revolutie

en/of enig daaraan gelijk te stellen toestand, stroomstoringen, storingen in elektronische

communicatielijnen, brand, ontploffing en andere calamiteiten, waterschade, overstroming,

aardbeving en andere natuurrampen, alsmede omvangrijke ziekte van epidemiologische

aard van personeel.

4. Zolang de overmachttoestand voortduurt zullen de verplichtingen van de uitzendonderneming

zijn opgeschort. Deze opschorting zal echter niet gelden voor verplichtingen waarop de

overmacht geen betrekking heeft en reeds voor het intreden van de overmachttoestand zijn

ontstaan.

5. Als de overmachttoestand drie maanden heeft geduurd, of zodra vaststaat dat de overmachttoestand

langer dan drie maanden zal duren, is ieder der partijen gerechtigd de

inleenovereenkomst tussentijds te beëindigen zonder inachtneming van enige opzegtermijn.

De inlener is ook na zodanige beëindiging van de inleenovereenkomst gehouden de door

hem aan de uitzendonderneming verschuldigde vergoedingen, welke betrekking hebben op

de periode vóór de overmachttoestand, aan de uitzendonderneming te betalen.

6. De uitzendonderneming is tijdens de overmachttoestand niet gehouden tot vergoeding van

enigerlei schade van of bij de inlener, noch is zij daartoe gehouden na beëindiging van de

inleenovereenkomst als in lid 5 van dit artikel bedoeld.

Artikel 8.

Geschillen

1. Op de inleenovereenkomst is het Nederlands recht van toepassing.

2. Ten aanzien van geschillen tussen partijen die verband houden met de inleenovereenkomst

is uitsluitend de Nederlandse rechter bevoegd.

3. Voorzover de berechting van dergelijke geschillen behoort tot de competentie ener rechtbank,

zullen deze uitsluitend worden berecht door de rechtbank binnen het arrondissement

waarbinnen de uitzend-onderneming is gevestigd.

Hoofdstuk 2

VOORWAARDEN VOOR HET TER BESCHIKKING

STELLEN VAN UITZENDKRACHTEN

Artikel 9

Het inlenen van uitzendkrachten

1. De uitzendovereenkomst wordt aangegaan tussen de uitzendkracht en de uitzendonderneming.

Op de uitzendovereenkomst is de NBBU-CAO voor Uitzendkrachten van toepassing.

Tussen de inlener en de uitzendkracht bestaat er geen arbeidsovereenkomst.

2. Bij het terbeschikkingstellen van de uitzendkracht door de uitzendonderneming aan de

inlener, werkt de uitzendkracht feitelijk onder leiding en toezicht van de inlener. De inlener

neemt daarbij dezelfde zorgvuldigheid in acht als tegenover zijn eigen werknemers. De

uitzendonderneming heeft als formele werkgever geen zicht op de werkplek en de te

verrichten werkzaamheden.

3. De werkzaamheden worden uitgevoerd zoals overeengekomen in de inleenovereenkomst.

Als de inlener hiervan af wenst te wijken gedurende de inleenovereenkomst, geschiedt dit

uitsluitend in overleg met de uitzendonderneming.

4. Inlener kan uitzendkracht kosteloos zelf in dienst nemen als uitzendkracht  minimaal 1040 uren heeft gewerkt via uitzendonderneming. Wil inlener uitzendkracht eerder dan bovengenoemde 1040 uren overnemen, is inlener hiervoor een vergoeding aan uitzendondernemer schuldig ter hoogte van 25% van het factuurbedrag van het resterend aantal uren alvorens 1040 uren zijn bereikt.

Artikel 10

(Uur )beloning en overige vergoedingen van de uitzendkracht

1. Het loon en de vergoedingen van de uitzendkracht worden vooraf aan de terbeschikkingstelling

en zo nodig gedurende de terbeschikkingstelling bepaald en zijn gelijk aan het loon en

vergoedingen die worden toegekend aan vergelijkbare werknemers, werkzaam in gelijkwaardige

functies, in dienst van de inlener (het zogenoemde loonverhoudingsvoorschrift).

2. Onder het loon en overige vergoedingen vallen de volgende componenten:

a. uitsluitend het geldende periodeloon in de schaal;

b. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting. Deze kan- zulks ter keuze van de

uitzendonderneming- gecompenseerd worden in tijd en/ of geld;

c. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag)

en ploegendienst;

d. initiële loonstijging;

e. onbelaste kostenvergoedingen: reiskosten, pensionkosten en andere kosten noodzakelijk

wegens de uitoefening van de functie;

f. periodieken.

N.B. Voor uitzendkrachten werkzaam in de bouwsector gelden afwijkende voorwaarden.

3. De inlener informeert de uitzendonderneming tijdig over de componenten zoals genoemd in

lid 2. Indien de inlener de uitzendonderneming onjuiste inlichtingen verstrekt over deze

componenten is de uitzendonderneming gerechtigd om vanaf het moment van aanvang van

de betreffende functie, met terugwerkende kracht, het loon en overige vergoedingen van de

uitzendkracht alsmede het tarief van de inlener dienovereenkomstig te corrigeren en bij de

inlener in rekening te brengen.

4. Als het loon en de vergoedingen van de uitzendkracht niet kunnen worden vastgesteld

volgens het loonverhoudingsvoorschrift, dan worden ze vastgesteld in overleg tussen

uitzendonderneming, uitzendkracht en inlener. Leidraad hierbij zijn het opleidingsniveau en

de ervaring van de uitzendkracht en daarnaast de verantwoordelijkheden en benodigde

capaciteiten die invulling van de functie met zich meebrengen.

5. Als de inlener, nadat de uitzendkracht is verschenen op de werkplek, minder dan drie uren

gebruik maakt van diens arbeidsaanbod, is de inlener verplicht tot betaling van het

inlenerstarief over ten minste drie uren per oproep als:

a. de overeengekomen omvang van de arbeid minder dan 15 uur per week bedraagt en de

werktijden niet zijn vastgelegd; of

b. de inlener de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig heeft vastgelegd.

6. Als de inlener vanuit zijn bedrijfsvoering de uitzendkracht verplicht te beschikken over

bepaalde benodigdheden, zoals een verklaring omtrent goed gedrag of persoonlijke

beschermingsmiddelen, worden deze -voor zover mogelijk- door de inlener verstrekt. Indien

de benodigdheden door de uitzendonderneming worden verzorgd is de uitzendonderneming

gerechtigd de kosten die daarmee samenhangen bij de inlener in rekening te brengen.

Artikel 11

Inhoud van de inleenovereenkomst en opzegtermijnen

1. In de inleenovereenkomst wordt de duur van de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht

vermeld en wanneer deze op voorhand nog niet duidelijk is, een zo nauwkeurig mogelijke

schatting daarvan. Voor zover mogelijk en wenselijk worden daarin verder de begin- en

einddatum van de terbeschikkingstelling, het aantal te werken uren, de opzegtermijn en de

arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht vastgelegd.

2. Als het uitzendbeding van toepassing is op de uitzendovereenkomst hoeven de uitzendonderneming

of de inlener geen opzegtermijn in acht te nemen als zij de terbeschikkingstelling

tussentijds wensen te beëindigen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

3. Als het uitzendbeding niet van toepassing is op de uitzendovereenkomst is er sprake van

een uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd. In dit geval eindigt de inleenovereenkomst

slechts door het verstrijken van de overeengekomen duur van de terbeschikkingstelling,

tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

4. Als de inlener de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht die op basis van een uitzendovereenkomst

voor bepaalde of onbepaalde tijd werkzaam is tussentijds wenst te beëindigen,

zal de inlener aan de uitzendonderneming een terstond opeisbare vergoeding

verschuldigd zijn. Deze vergoeding bedraagt 100% van het laatstgeldende inlenerstarief

voor de betrokken uitzendkracht, vermenigvuldigd met het aantal van de in de inleenovereenkomst

overeengekomen uren, gelegen in de periode vanaf het moment van tussentijdse

beëindiging tot het moment van afloop van de inleenovereenkomst zoals in eerste instantie

overeengekomen.

5. Als de inlener de terbeschikkingstelling wenst te beëindigen terwijl er niets is overeengekomen

omtrent de duur van de terbeschikkingstelling en de uitzendkracht op basis van de

uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd werkzaam is, geldt een opzegtermijn

van 20 werkdagen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

Artikel 12

Aangaan rechtstreekse arbeidsverhouding door inlener met de

uitzendkracht

1. Als de inlener met een hem door de uitzendonderneming ter beschikking gestelde of te

stellen uitzendkracht rechtstreeks een arbeidsovereenkomst, dan wel een andersoortige

arbeidsverhouding wil aangaan, stelt hij de uitzendonderneming daarvan onverwijld

schriftelijk in kennis. Partijen treden vervolgens in overleg om de wens van de inlener te

bespreken.

2. Onder andersoortige arbeidsverhouding als bedoeld in dit artikel wordt onder meer

verstaan:

a. het aanstellen als ambtenaar;

b. de overeenkomst van opdracht;

c. de aanneming van werk;

d. het ter beschikking laten stellen van de uitzendkracht aan de inlener door een derde

(bijvoorbeeld een andere uitzendonderneming) voor hetzelfde of ander werk.

3. De inlener gaat niet rechtstreeks een arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht aan, als de

uitzendkracht de uitzendovereenkomst met de uitzendonderneming niet rechtsgeldig heeft

beëindigd

Artikel 13

Selectie van uitzendkrachten

1. De uitzendkracht wordt door de uitzendonderneming gekozen enerzijds aan de hand van de

bij de uitzendonderneming bekende hoedanigheden en kundigheden van de voor uitzending

beschikbare uitzendkrachten en anderzijds aan de hand van de door de inlener aan de

uitzendonderneming verstrekte inlichtingen betreffende de op te dragen werkzaamheden.

2. Niet-functierelevante eisen bij het verstrekken van inlichtingen betreffende de op te dragen

werkzaamheden, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, kunnen niet door de inlener worden

gesteld. In ieder geval zullen deze door de uitzendonderneming niet worden gehonoreerd.

3. De inlener heeft het recht om, als een uitzendkracht niet voldoet aan de door de inlener

gestelde eisen, dit binnen 4 uur na de aanvang van de werkzaamheden aan de uitzendonderneming

kenbaar te maken. In dat geval is de inlener gehouden de uitzendonderneming

minimaal te betalen de aan de uitzendkracht verschuldigde beloning en vergoedingen,

vermeerderd met het werkgeversaandeel in de sociale lasten en premieheffing en uit de cao

voortvloeiende verplichtingen.

4 Gedurende de looptijd van de inleenovereenkomst is de uitzendonderneming gerechtigd om

een voorstel te doen tot vervanging van de uitzendkracht, bijvoorbeeld indien de uitzendkracht

niet langer in staat is de arbeid te verrichten. Het inlenerstarief zal dan opnieuw

worden vastgesteld.

Artikel 14

Zorgverplichting inlener en vrijwaring jegens de uitzendonderneming

1. De inlener is ervan op de hoogte dat hij volgens de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 7:

658 BW de verplichting heeft om te zorgen voor een veilige werkplek van de uitzendkracht.

De inlener verstrekt de uitzendkracht concrete aanwijzingen om te voorkomen dat de

uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Tevens verstrekt de

inlener de uitzendkracht persoonlijke beschermingsmiddelen voor zover noodzakelijk.

2. Tijdig voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt, verstrekt de inlener aan de

uitzendkracht en uitzendonderneming de noodzakelijke informatie over de verlangde

beroepskwalificatie van de uitzendkracht, alsmede de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie

(RI&E), bevattende de specifieke kenmerken van de in te nemen arbeidsplaats.

3 De inlener zal de door hem ingeleende uitzendkracht niet op zijn beurt weer doorlenen aan

een derde om onder diens toezicht en leiding te werken, zonder toestemming van de

uitzendonderneming.

4 De inlener is tegenover de uitzendkracht en uitzendonderneming aansprakelijk voor en

dientengevolge gehouden tot vergoeding van de schade die de uitzendkracht in de

uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is

van opzet of bewuste roekeloosheid van de uitzendkracht, alles met inachtneming van het

bepaalde in artikel 6.

5 Als de uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden zodanig letsel heeft

bekomen dat daarvan de dood het gevolg is, is de inlener overeenkomstig artikel 6:108 BW

jegens de in dat artikel bedoelde personen en jegens de uitzendonderneming gehouden tot

vergoeding van de schade aan de bedoelde personen, tenzij de schade in belangrijke mate

het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de uitzendkracht, alles met inachtneming

van het bepaalde in artikel 6.

6 De inlener zal de uitzendonderneming te allen tijde vrijwaren tegen aanspraken, jegens de

uitzendonderneming ingesteld wegens het niet nakomen door de inlener van de in lid 1 van

dit artikel genoemde verplichtingen en verleent de uitzendonderneming de bevoegdheid haar

aanspraken terzake aan de direct belanghebbende(n) te cederen, dan wel mede namens de

uitzendonderneming tegen de inlener geldend te maken.

7 De inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaaldekkende aansprakelijkheidsverzekering

voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in dit artikel.

Artikel 15

Identificatie en persoonsgegevens

1. De inlener stelt bij aanvang van de terbeschikkingstelling van een uitzendkracht diens

identiteit vast aan de hand van een origineel identiteitsdocument en neemt een kopie van dit

document op in zijn administratie.

2. De inlener behandelt de hem in het kader van de terbeschikkingstelling ter kennis gekomen

persoonlijke gegevens van uitzendkrachten vertrouwelijk en verwerkt deze in overeenstemming

met de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens.

3. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor boetes of claims die de inlener worden

opgelegd omdat hij zijn verplichtingen als in de voorgaande leden bedoeld, niet is nagekomen.

Artikel 16

Auto van de zaak en bedrijfssluiting

1. Als de inlener voornemens is de uitzendkracht een auto terbeschikking te stellen, deelt de

inlener dit onverwijld mede aan de uitzendonderneming. Uitsluitend in overleg met de

uitzendonderneming komt de inlener met de uitzendkracht overeen dat de auto privé

gereden mag worden, zodat de uitzendonderneming hiermee rekening kan houden in de

loonheffing. Als de inlener dit nalaat is hij gehouden de daaruit voortvloeiende schade,

kosten en (fiscale) gevolgen te vergoeden die de uitzendonderneming lijdt.

2. Als er gedurende de terbeschikkingstelling een bedrijfssluiting of verplichte vrije dag

plaatsvindt, informeert de inlener de uitzendonderneming hieromtrent bij het aangaan van

de inleenovereenkomst, zodat de uitzendonderneming hiermee rekening kan houden bij het

vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Als de inlener dit nalaat is hij gedurende de bedrijfssluiting

of verplichte vrije dag, aan de uitzendonderneming verschuldigd het aantal uur zoals

overeengekomen in de inleenovereenkomst, vermenigvuldigd met het laatstgeldende

inlenerstarief.

Hoofdstuk 3

VOORWAARDEN VOOR ARBEIDSBEMIDDELING

Artikel 17

Toepasselijkheid algemene bepalingen

1. De in hoofdstuk 1 van deze algemene voorwaarden opgenomen bepalingen zijn overeenkomstig

van toepassing op de relatie tussen arbeidsbemiddelingsonderneming en

opdrachtgever, uitgezonderd het in artikel 3 leden 1, 2, 3, 4, 5 en 7 bepaalde.

2. Waar in hoofdstuk 1 van deze algemene voorwaarden wordt gesproken over: ”uitzendonderneming”,

”inlener”, ”uitzendkracht” of ”ter beschikking stellen”, dient, wanneer sprake is van

arbeidsbemiddeling, voor deze begrippen respectievelijk gelezen te worden: ”arbeidsbemiddelingsonderneming”,

”opdrachtgever”, ”werkzoekende” en ”arbeidsbemiddeling”.

Artikel 18

Honorarium en inhoud van de arbeidsbemiddelingsovereenkomst

1. Het door de opdrachtgever aan de arbeidsbemiddelingsonderneming verschuldigde

honorarium kan bestaan uit, hetzij een van tevoren vast overeengekomen bedrag, hetzij uit

een van tevoren overeengekomen percentage van het aan de werkzoekende aangeboden

full time bruto jaarsalaris te vermeerderen met vakantiebijslag.

2. Tenzij schriftelijk anders overeengekomen, is het in lid 1 van dit artikel bedoelde honorarium

slechts dan verschuldigd indien de arbeidsbemiddeling heeft geleid tot een arbeidsovereenkomst

respectievelijk aanstelling tot ambtenaar met een door de arbeidsbemiddelingsonderneming

geselecteerde werkzoekende.

3. In de arbeidsbemiddelingsovereenkomst wordt, voorzover relevant, de duur van arbeidsbemiddeling,

de wijze waarop deze door de arbeidsbemiddelingsonderneming wordt uitgevoerd

en het daarvoor door de opdrachtgever aan de arbeidsbemiddelingsonderneming verschuldigde

honorarium opgenomen.

4. Onder het honorarium wordt niet verstaan de plaatsings- en productiekosten van advertenties,

de reis- en verblijfkosten van de werkzoekende en de kosten van een psychologische

test. Deze en eventuele andere pro memorie posten worden op basis van nacalculatie in

rekening gebracht.

Artikel 19

Aangaan arbeidsverhouding door opdrachtgever met de werkzoekende

Als de opdrachtgever gedurende de looptijd van de opdracht tot arbeidsbemiddeling of binnen

zes maanden na beëindiging daarvan zelf rechtstreeks een arbeidsovereenkomst aangaat met

dan wel overgaat tot aanstelling van een door de arbeidsbemiddelingsonderneming geselecteerde

werkzoekende, is hij aan de arbeidsbemiddelingsonderneming verschuldigd een terstond

opeisbare, niet voor rechterlijke matiging vatbare, boete gelijk aan het met de opdrachtgever

overeengekomen honorarium voor de arbeidsbemiddeling dan wel gelijk aan het honorarium dat

in rekening zou zijn gebracht als er geen rechtstreekse arbeidsverhouding als hiervoor bedoeld

zou zijn aangegaan.

Artikel 20

Selectie van werkzoekende

1. De werkzoekende wordt door de arbeidsbemiddelingsonderneming geselecteerd enerzijds

aan de hand van de door opdrachtgever aan de arbeidsbemiddelingsonderneming verstrekte

wensen omtrent diens hoedanigheden en kundigheden en verstrekte inlichtingen betreffende

de aard van de functie en anderzijds aan de hand van de bij de arbeidsbemiddelingsonderneming

bekende hoedanigheden en kundigheden van de werkzoekende.

2. Niet-functierelevante eisen bij het verstrekken van wensen en inlichtingen betreffende de

gewenste kandidaat en de aard van de functie zoals bedoeld in het vorige lid van dit artikel,

kunnen niet door de opdrachtgever worden gesteld. In ieder geval zullen deze door de

arbeidsbemiddelingsonderneming niet worden gehonoreerd.

Hoofdstuk 4

VOORWAARDEN VOOR PAYROLLEN

Artikel 21

Toepasseli jkheid hoofdstuk 1 en 2

1. Als er tussen de werknemer en payrollonderneming sprake is van een payrollovereenkomst,

zijn de in hoofdstuk 1 en 2 van deze algemene voorwaarden opgenomen bepalingen

overeenkomstig van toepassing op de relatie tussen payrollonderneming en inlener,

uitgezonderd het bepaalde in artikel 11 lid 2 tot en met 5, en artikel 13.

2. Waar in hoofdstuk 1 en 2 van deze algemene voorwaarden wordt gesproken over: “uitzendonderneming”,

“uitzendkracht” en “uitzendovereenkomst” dient, wanneer sprake is van

payrollen, voor deze begrippen respectievelijk gelezen te worden: “payrollonderneming”,

werknemer” en payrollovereenkomst.

Artikel 22

Facturatie

Indien de werknemer wegens onvoorziene omstandigheden niet in staat is te werken, zoals

in geval van ziekte of leegloop, wordt er ook over de niet gewerkte uren gefactureerd, als de

payrollonderneming jegens de werknemer een loondoorbetalingsverplichting heeft.

Artikel 23

Aanvullende arbeidsvoorwaarden

Toepassing van een arbeidsvoorwaarde van de cao van de inlener is alleen mogelijk indien dit

niet conflicteert met de toepasselijke NBBU-cao voor Uitzendkrachten en voor zover schriftelijk

overeengekomen.

 


Algemene voorwaarden en CAO | Sitemap | Cookie instellingen | Privacy